vrijdag 25 mei 2018

Klus

Er ligt een berg klussen op Meneer Doorzon te wachten. Losse snoeren, kapotte lampen. Een plint die nog geplaatst moet worden. Deuren die over de drempel schuren.
Nog maar te zwijgen over de keuken waar Eend en hij het aanrechtblad ooit willen vervangen.

Een huis is een zwart gat waar tijd en energie in verdwijnt, denkt meneer Doorzon. Hij houdt niet van klussen. Achteraf kijken naar het resultaat kan hem enige voldoening geven, maar dan moet hij wel eerst zijn vingers hebben gemasseerd, een paar pleisters plakken en een wandelingetje maken om zijn hartslag weer wat te laten zakken.
Hij kijkt soms jaloers naar de overkant van de straat. Daar heeft de Klusvader in zijn achtertuin een tent opgericht om ook bij slecht weer zijn vrije tijd nuttig te besteden. Uren achtereen staat hij fluitend te zagen, slijpen, hameren.

Toen ze het huis net hadden heeft meneer Doorzon drie weken onafgebroken geklust. Hij herinnert het zich nog. Vooral de Slag om de Stopcontacten.

De stopcontacten waren zo oud als het huis zelf. Toen de stukadoor erbij in de buurt kwam hoorden ze een tik en maakte de stukadoor een sprongetje.
‘Die sloot kort,’ zei de stukadoor. ‘Ik zou ‘m vervangen.’
‘Ik vind dit eng,’ zei Eend.

Omdat Meneer Doorzon het iets minder eng vond kreeg hij de taak toebedeeld. Hij kocht stopcontacten en schakelaars. Hij ontcijferde stroomschema’s en schreef op een papiertje welke stop in de prehistorische stoppenkast bij welk stopcontact hoorde.
Daarna bleken de schroeven muurvast te zitten en zijn schroevendraaier slipte weg op de uitgesleten koppen. Meneer Doorzon probeerde het resultaat voor ogen te houden. Mooie witte stopcontacten, trotse geluiden van Eend. Maar zijn aandacht werd opgeslokt door die schroeven, de telkens afbrokkelende randen in de muur en draden waarvan de kleur nooit overeenkwam met het schema.

Toen hij meende klaar te zijn voor het monteren ontdekte hij dat stopcontacten die je ín de muur plaatst anders zijn dan stopcontacten die je erop plaatst, en dat de schroeven bij de ene een paar millimeter verder uit elkaar zitten.
Het was maar beter dat Eend op dat moment niet binnen gehoorsafstand was.

Sinds de stopcontacten heeft hij de stapel werk zien groeien. Waar hij moest beginnen werd steeds onduidelijker, het resultaat steeds ongrijpbaarder.

Maar vandaag is meneer Doorzon ineens bezig. De buitenlamp die een jaar in de kamer heeft gestaan ligt nu op het terras en meneer Doorzon staat op een trapje gaten in de buitenmuur te boren.
‘Ik zie wel hoe ver ik vandaag kom,’ zegt hij tegen Eend. Dat idee bevalt hem wel.

Tot zijn verrassing glijdt de boor moeiteloos in de stenen en passen de pluggen precies in de gaten. De stroomdraad blijft al bij de tweede poging goed zitten, en als hij de lamp vastschroeft blijkt hij de gaten ook nog eens precies op de goede plek te hebben geboord.
‘Het ziet er prachtig uit,’ zegt Eend. ‘En zonder één vloek of zucht.’

Meneer Doorzon kijkt verbaasd naar zijn eigen werk.
Er staat nog een keukenlamp op zijn lijstje, twee rookmelders, een aansluiting voor de regenton. Maar daar probeert hij even niet aan te denken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Knal

Als meneer Doorzon op een van de laatste dagen van het jaar op zijn fiets door de stad rijdt, hoort hij ineens een oorverdovende knal achter...