zondag 8 juli 2018

Hond

Als meneer Doorzon thuiskomt ruikt hij het al. Nog voor hij zijn veters heeft losgemaakt.
Poep onder zijn schoen.

Even voelt hij zich zo’n figuurtje in een slapstickfilm dat net over een bananenschil is uitgegleden. Of een taart in zijn gezicht heeft gekregen.

Persoonlijk heeft meneer Doorzon liever een smakelijke slagroomtaart in zijn gezicht dan deze smurrie onder zijn zolen. Het zit zelfs tegen de zijkant van zijn schoen aan.
Hij vervloekt zijn eigen dromerigheid. Hoe kan hij zoiets enorms gemist hebben?

Honden. Haast iedereen die meneer Doorzon op straat tegenkomt heeft er één bij zich. Het lijkt wel alsof niemand zich meer buiten zijn huis waagt zonder het gezelschap van een viervoetige beste vriend.
Ook de achterburen - aardige mensen, daar niet van - hebben een reusachtige hond, die luid en krampachtig blaft als ze thuiskomen. Net alsof hij niet kan poepen, zei Eend ooit. Dat vond meneer Doorzon een goede eigenschap voor een hond. De volgende dag maakte hij een luchtsprong toen hij in het gangetje tussen de tuinen liep en de hond aan de andere kant van de schutting ineens aansloeg.

Er wordt meneer Doorzon soms gevraagd of hij bang voor honden is. Dat vindt hij een moeilijke vraag.
Ben je bang voor ogengerol en tandengeblikker? Mogelijk.
Voor hard geblaf dat puntjes slijpt aan je zenuwen? Voor de weeë geur die in huizen en auto’s en in je neus blijft hangen? Voor plotselinge bewegingen en een onbedwingbare neiging om je persoonlijke ruimte binnen te dringen? Voor kwijlvlekken en pootafdrukken op je broek die net uit de was kwam? Misschien. Is weerzin ook een vorm van angst?

Meneer Doorzon had ooit een cartoon op de wc hangen van een enorme hond die zijn neus onder de rok van een verschrikte vrouw steekt, terwijl de eigenaar lacht: ‘Hij doet niets hoor!’ Soms ziet hij eigenaren tijdens een gesprek op straat achterover aan de lijn hangen om niet meegesleurd te worden. Of met zwakke stem hun Conan of Hector roepen die net in volle achtervolging is van een andere hond of passerende fietser.

'Hector,' snuift meneer Doorzon terwijl hij boven de wc zo goed mogelijk zijn schoen van drek ontdoet. 'Pff. Wie is er nou het baasje?'
Het hoofd van Eend verschijnt om de deur. Ze klakt plagerig met haar tong: ta-tok ta-tok ta-tok. Dat doet ze als hij een van zijn stokpaardjes aan het berijden is.
‘Zullen we straks buiten eten?’ vraagt ze.

Dat wil meneer Doorzon wel. In hun eigen bloementuin met stapelmuurtjes en schelpen en kruiden tegen de gevel. Na de vorst in het voorjaar stond alles er schraal bij en trotseerden alleen wat sneeuwklokjes die Eend had geplant de barre omstandigheden. Maar nu bloeien de zonnehoedjes, de valse salie en het kaasjeskruid, en zitten ze de hele avond in het groen.

Even slaat de hond-die-niet-kan-poepen aan. Dan is het weer stil en zijn ze alleen met de bijen en de vlinders.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Knal

Als meneer Doorzon op een van de laatste dagen van het jaar op zijn fiets door de stad rijdt, hoort hij ineens een oorverdovende knal achter...