vrijdag 30 maart 2018

Zoeken

Af en toe vertellen meneer Doorzon en Eend hun vrienden hoe ze hun huis hebben gekocht.
Het was best een tijd zoeken.
Goh, knikken de vrienden dan, want ze weten al lang hoe meneer Doorzon beslissingen neemt.

Zoeken kan meneer Doorzon als de beste. Meneer Doorzon is zo goed in zoeken dat hij ook blijft zoeken als hij het allang gevonden heeft. In alle vakantiehuisjes die hij ooit gevonden heeft kunnen hij en Eend, en hun familie en vrienden, en de kinderen van die vrienden en familie de rest van hun leven op vakantie. Eén keer had meneer Doorzon vrij snel in de gaten dat hij niet verder hoefde te zoeken, dat was toen hij Eend leerde kennen.

Maar bij het zoeken van hun huis begreep meneer Doorzon pas laat hoe het werkte. Dat je weken zoekt voordat je weet wát je zoekt. Dat je maanden in de verkeerde stad kunt zoeken voordat je snapt dat het aanbod niet overlapt met je budget en je wensen.
Dat is lastig, knikken de vrienden.

Ze kozen een makelaar, een kwieke vent die de branie had voor een goede onderhandeling maar ook snapte dat te veel branie voor mensen als meneer Doorzon en Eend niet betrouwbaar overkomt. 
Ze bezochten met hem een huis in een kleine stad in de buurt.
‘Dit is een goede wijk,’ zei de Makelaar. Locatie is alles.
Alleen die spoorlijn.
‘Vaak wennen mensen eraan,’ zei de Makelaar. ‘Maar denk er goed over na.’

Meneer Doorzon kwam nog eens terug om erover na te denken. Het was inderdaad een goede wijk, met bomen, vogels, bloemen in de voortuinen.
In de tien minuten dat hij bij het huis stond kwamen er drie goederentreinen voorbij.
Ja, zeggen de vrienden. Daar ga jij niet aan wennen.
‘Als het nou vierhonderd meter verder van het spoor was geweest,’ zei hij tegen Eend.

Hij bleef zoeken. Het aanbod werd elke dag kleiner. Hij mopperde tegen Eend en tegen de Makelaar. Toen, op een dinsdagochtend. In de goede wijk. Vierhonderd meter verder van het spoor.
Of ze vrijdag eind van de middag konden, vroeg de stem aan de telefoon. ‘Graag eerder,’ zei meneer Doorzon met een doortastendheid die hem zelf verraste.

Eend was verrukt over de ruimte, de lichtval, de beschutte achtertuin. Meneer Doorzon zag vooral duistere eiken meubelen, gelig houtwerk, grijsgroen marmoleum in de gangen.
‘Daar moet je doorheen kijken,’ zei Eend.
Tja, dacht meneer Doorzon. Hoe doe je dat?
De Makelaar nam hen terzijde. ‘Als je dit wilt moet je snel zijn.’

In een chocolaterie aten ze bonbons terwijl meneer Doorzon vocht tegen de aandrang om er nog een nachtje over te slapen.
Misschien was het de smaak van de chocola die de doorslag gaf.

Na een half uur belden ze de Makelaar om hem een bod te laten doen. Een kwartier later belde hij terug. ‘Het is van jullie,’ zei hij. ‘Gefeliciteerd.’
‘Goede genade,’ zegt een van de vrienden. ‘Ik doe meestal langer over het kopen van een waterkoker.’
En dan knikken meneer Doorzon en Eend, want ook drie jaar later staan ze er zelf nog steeds van te kijken.



Knal

Als meneer Doorzon op een van de laatste dagen van het jaar op zijn fiets door de stad rijdt, hoort hij ineens een oorverdovende knal achter...