Omdat hij een goede dag heeft en iets moet doen in de grote stad
waar hij vroeger woonde, besluit Meneer Doorzon even door zijn oude wijk te
lopen. Niet te lang, maar even.
Hij kwam daar wonen toen hij snel een huis nodig had, maar bleef
er acht jaar. Het was een van de wijken die aan het oorlogsgeweld en de
vernieuwingsdrang ontkomen waren, en de oude huizen, restaurantjes en
tweedehands boekwinkels bevielen hem gelijk. Evenals de supermarkten om de hoek.
En alle activiteit. Mensen op straat, cafés, markten,
concerten waar hij Eend mee naartoe nam, alles wat het leven met beweging vulde.
En hoewel hij de laatste jaren nauwelijks nog in een café zat en de drukke
markten meed, bleef hij lang in de stad zoeken toen hij met Eend op huizenjacht
ging.
Nu stapt hij het station uit en blijft staan, knipperend
met zijn ogen. Wat een verkeer. Trams rinkelen. Taxi’s drukken zich tussen de
overstekende voetgangers door. Fietsers duiken uit een fietstunnel op en suizen
rakelings langs hem heen.
Hij loopt langs de fietsenstalling waar hij vaak een plek
zocht en de lantarenpalen waar hij zijn fiets dan maar tegenaan zette. Bij het
stoplicht waar de straat een vierbaansweg kruist doet hij de oordopjes van zijn
mp3-speler in.
Er ligt veel vuilnis op straat, iets wat hem vroeger nooit
zo opviel. In de singel steekt een winkelwagentje half uit het water.
Dan staat hij in zijn oude straat. Het bruine café – dat van
de nachtelijke ruzies die hem soms wakker hielden – is er nog steeds. Dat was
de prijs die je betaalde om je in de vaart der volkeren te bevinden.
Voor het raam van zijn oude woonkamer hangen gordijnen in
plaats van de luxaflex die hij had. Het computerwinkeltje verderop is open. De Computerman
begroet hem alsof er geen halfjaar overheen is gegaan, en al snel zit hij met
koffie aan de toonbank, terwijl de computerman drie pc’s tegelijk installeert. Zoals
ze vroeger deden wanneer meneer Doorzon iets te repareren had, of wilde weten
wat er in de buurt gaande was, of gewoon zin had in een praatje.
‘Hoe gaat het hier?’ vraagt meneer Doorzon.
De Computerman tuurt op een scherm en klikt een paar keer met
een muis. ‘Ach, z’n gangetje,’ zegt hij.
‘Nog wat gebeurd?’ Grote buurtacties? Sterfgevallen? Huwelijken?
‘Nee, eigenlijk niet.’ De Computerman denkt na. ‘Er is verderop een Coop bij gekomen. Die hebben erg lekkere croissantjes.’
Als zijn beker leeg is staat meneer Doorzon op.
‘Kom gerust nog een keer langs,’ zegt de Computerman.
Op straat kijkt meneer Doorzon naar de drukte om
hem heen. De vaart der volkeren doet hem ineens denken aan een schommelstoel die op
een versneld filmpje heen en weer stuitert.
Hij loopt nog even de Coop in en koopt een croissantje. Het
is inderdaad erg lekker.