Meneer Doorzon heeft er wel aan moeten wennen. Af en toe voelt
hij het nog kriebelen: de aandrang om de bruisende stad op te zoeken.
Het is meer
een oude gewoonte die weigert het loodje te leggen dan een echte behoefte. En
na een uurtje is hij ook wel weer klaar met de straatmuzikanten, de opgewekte jongmensen
met enquêtes en folders, en de volgepakte eettentjes waar hippe lieden zich
tegoed doen aan poké bowls en veganistische
tosti’s.
Het is dus niet vreemd dat we hen deze zomer vinden aan de
westkust van Schotland. Waar alles fonkelgroen is en de fuchsia’s en
rododendrons voorhistorische afmetingen hebben, omdat het er nu eenmaal veel
regent.
Heel anders dan thuis, weten ze, daar blakert de zon momenteel op hun
tuin. Dat baart meneer Doorzon wel zorgen en hij heeft de buurman op het hart
gedrukt om goed op te letten en veel te sproeien. De buurman, die over
mensenkennis beschikt, stuurde zojuist nog een geruststellende foto van de grote zonnebloem die
in bloei staat.
Maar zodra ze op de boot stappen is meneer Doorzon de tuin
vergeten. Ze zitten op het bovendek en overal zwemmen zeehonden. Meneer Doorzon
moet zichzelf dwingen om af en toe ook lángs zijn camera te kijken in plaats van
alleen erdoorheen.
Het onbewoonde eiland waar ze aan land gaan is minder onbewoond
dan gedacht. Net na hun bootje is een grotere boot aangemeerd en er zijn nogal
wat mensen op zoek naar de vogels die hier broeden.
Ze zoeken de kant van het eiland op waar niemand anders heen gaat. Er staan wat ruïnes van gebouwtjes. Verder niets. Geen vogel te zien. Er is hier echt alleen maar rust. En de wetenschap dat elders zwermen zeekoeten, alken, stormvogels en papegaaiduikers rondvliegen.
Al snel krijgt meneer Doorzon last van zijn kriebel. Vreemd
om hier te zitten, denkt hij, zo ver van het drukke leven, in de greep van
hetzelfde gevoel dat tieners in hippe eettentjes voortdurend naar hun mobiele
telefoon doet grijpen.
Uiteindelijk lopen ze toch over het drassige gras naar de plek waar de meeste mensen zijn. En de papegaaiduikers.
‘Ach gut,’ zegt Eend.
Sinds meneer Doorzon Eend kent heeft hij een meer dan
gemiddelde belangstelling voor watervogels, maar deze papegaaiduikers zijn wel
erg schattig. Met hun felgekleurde snavels en de plooien rond hun ogen hebben ze
iets van een groep peinzende clowns. Ze paraderen rond en fladderen met hun
armetierige vleugeltjes. Uit de holen waar ze zich in laten glijden klinkt af
en toe een mopperig geknor.
Meneer Doorzon en Eend zitten anderhalf uur lang bij de rondstappende vogels alsof er
verder op de wereld niets gebeurt.
Een keer kijkt meneer Doorzon nog om zich
heen. In de verte verkennen een paar mensen de rest van het eiland, en even kriebelt
het.
Maar dan komt er alweer een papegaaiduiker aangevlogen met een rij visjes keurig gerangschikt in zijn snavel. En weet meneer Doorzon dat er geen enkele reden is om ergens anders heen te gaan.
Maar dan komt er alweer een papegaaiduiker aangevlogen met een rij visjes keurig gerangschikt in zijn snavel. En weet meneer Doorzon dat er geen enkele reden is om ergens anders heen te gaan.