De grond ligt bezaaid
met takken en in een parkje is een boom met wortel en al uit de grond
getrokken. Maar verder staat alles nog overeind, constateert meneer Doorzon
opgelucht. Hij is gehecht geraakt aan het groen. Verslaafd is misschien een
beter woord.
Alleen om de oude populieren achter de kerk loopt hij met
een boog heen. Die laten nog wel eens takken vallen.
Dan hoort hij een lawaai bij de vijver.
Het is het vrouwtje van het ganzenkoppel dat meneer Doorzon
ooit Gonnie en Gijsbert doopte. Hij heeft vaak staan kijken terwijl ze achter
elkaar door de vijver peddelden.
Nu is ze alleen. Ze loopt gakkend langs de oever.
Een paar eenden dobberen stoïcijns in het water maar
Gijsbert is nergens te vinden. Als meneer Doorzon aan het eind van zijn ronde
weer bij de vijver komt loopt Gonnie daar nog steeds alleen.
Met een bedrukt gemoed gaat hij naar huis.
‘Vorige keer kwam het toch ook goed?’ zegt Eend. ‘Misschien
heeft hij last van zijn trekinstinct gekregen.’ Aan haar gezicht ziet hij dat
ze er zelf niet helemaal in gelooft.
Op de derde dag loopt Gonnie nog steeds langs de vijver heen
en weer. Ze gakt schor en onophoudelijk.
Bij een van de huisjes langs het water staat een man op het
balkon. Hij woont daar alleen en staat vaak naar de vogels te kijken. Een keer
wees hij op een ijsvogel en meneer Doorzon zag nog net de blauwe flits over het
water wegschieten.
‘Hij is dood,’ zegt de Vogelkijker.
‘Wie?’ vraagt meneer Doorzon met een angstig gevoel in zijn
maag.
‘Haar man,’ zegt de Vogelkijker. ‘Verdronken. Ik vond hem na
de storm, daar bij die duiker.’
Even zwijgen ze en kijken naar Gonnie die om haar Gijs loopt
te schreeuwen.
‘Ik had al zo’n voorgevoel,’ zegt de Vogelkijker. ‘Als ik
eerder was gaan kijken had ik hem nog kunnen redden.’
Dagenlang dwaalt Gonnie langs de oever. Van grote afstand
kan meneer Doorzon haar horen. Dan op een ochtend is het ineens stil.
De Vogelkijker staat op zijn balkon en wijst. Daar loopt
Gonnie, aan de zijde van een grote ganzerik. Even denkt meneer Doorzon dat het
Gijs is. Dan ziet hij dat deze gans een ring om zijn poot heeft. De details die
je opvallen, denkt hij.
‘Ze hebben hem uit Nijmegen hierheen gebracht,’ zegt de
Vogelkijker. ‘Hij was weduwnaar. En dat terwijl ze normaal heel monogaam zijn.’
Hij kijkt even over zijn schouder naar binnen.
Als meneer Doorzon dichterbij komt posteert de nieuwe gans
zich tussen Gonnie en de indringer en gooit blazend zijn kop in zijn nek.
Govert, denkt meneer Doorzon. Zo moet deze gans heten.
Kortweg Goof.
Hij voelt ineens de behoefte om naar huis te gaan en zijn eigen
Eend te beschermen, al weet hij nog niet precies waartegen.