vrijdag 24 november 2017

Bladeren

In de voortuin van hun huis staat een grote kastanjeboom. In de vroege herfst is meneer Doorzon voortdurend bezig de bladeren op te vegen. De groencontainer puilt ervan uit.
Het is warm voor de tijd van het jaar, en gelukkig bijna windstil. Hij laat de bezem over de tegels gaan. Best een rustgevende bezigheid.

Zoals wel vaker staat ineens het Buurmeisje naast hem. Ze kijkt hem met haar grote blauwe ogen aan. ‘Wat doe jij?’
Het Buurmeisje vraagt altijd wat meneer Doorzon aan het doen is. Iemand die blijkbaar meer van kinderen afwist dan meneer Doorzon vertelde hem ooit dat dat nu eenmaal zo gaat: kinderen die eerst een tijd vragen wat alles is, en daarna wat jij allemaal aan het doen bent.

Wat ben ik eigenlijk aan het doen? denkt meneer Doorzon. Het is een heel goede vraag. Vooral als je vijftig bent en bladeren opveegt, en nog wel naar iets kunt uitkijken maar niet meer naar alles.
Ik ben in ieder geval niet de wereld aan het veranderen. Zoals haar ouders doen wanneer ze dag in dag uit bezig zijn om haar goed en warm en veilig te laten opgroeien. Maar leg dat zo’n kind maar eens uit.

Met een blik en veger hevelt hij de bladeren naar de groencontainer over.

‘Ik ben een olifant aan het zoeken,’ zegt hij.
Het Buurmeisje kijkt naar de stapel bladeren, naar de container en naar meneer Doorzon. ‘Neeee,’ zegt ze.
‘Kijk maar,’ zegt meneer Doorzon. Hij houdt de container schuin. ‘Zie je hem niet zitten?’

Het Buurmeisje schudt heftig met haar hoofd. 
‘Ik ben naar de dierentuin geweest!’ schettert ze. En dat ze echte olifanten heeft gezien. En apen. Ze hipt op en neer en wappert met haar onderarmen, als een gekortwiekt maar verder erg blij vogeltje. En dat haar broertje bang was voor de apen. En dat haar moeder mee was en haar vader niet want die moest naar zijn werk. En wat haar vader en moeder allemaal hebben gezegd. En wat ze vanochtend precies hebben gedaan.

‘En welk dier vond je het leukst?’ vraagt meneer Doorzon snel. Van je buren weet je soms dingen die je van je beste vrienden nog niet weet. En als de buren kleine kinderen hebben weet je voor je het in de gaten hebt nog veel meer van ze.

Later zit hij met Eend op de bank. Buiten rijdt het Buurmeisje op haar roze fietsje over de tegels rond. Ze kijkt op en wappert enthousiast. Meneer Doorzon zwaait terug en pakt dan even de hand van Eend vast. Samen kijken ze naar de opgeruimde voortuin en naar het spelende Buurmeisje. De kale takken van de kastanjeboom steken als gehavende maar sterke armen omhoog.

vrijdag 10 november 2017

Bel

De bel in hun nieuwe huis doet ding-dong. Zoals vroeger bij de oma van meneer Doorzon, en eigenlijk bevalt dat geluid hem wel.
‘Je wordt nostalgisch,’ zei Eend toen hij dat opbiechtte.
‘Ik word oud,’ zei meneer Doorzon.

De bel gaat vaak. In de grote stad belden alleen bekenden aan, en één keer een vage figuur die een verhaal ophing over zijn telefoon die hij kwijt was - of hij even de telefoon van meneer Doorzon mocht gebruiken. 

In deze wijk komen vooral collectanten langs, van stichtingen die nuttig werk doen tegen ziektes waar meneer Doorzon niet te veel over wil horen.
Ding-dong betekent dus de vraag: wel of niet iets in de bus gooien? Wel of niet gegevens invoeren op die tablet van ze? Gelukkig komen ze meestal rond etenstijd. ‘Even vragen aan het Hoofd Goede Doelen,’ zegt meneer Doorzon dan. Eend weet vrij duidelijk wat ze wil met collectes, en wat niet.

Ding-dong. Nu staat er een man zonder collectebus of tablet. Hij heeft een foldertje dat hij meneer Doorzon in de hand drukt. Ze zijn in de buurt bezig, zegt hij. Vandaar de speciale actieprijs. Dakgoten schoonmaken en een gratis inspectie.
Meneer Doorzon denkt na. De dakgoten liggen inderdaad vol bladeren. Dat schijn je te moeten bijhouden. Hij zag laatst ook dat niet alle dakpannen goed lagen. Beslissingen. Waar haal je in een vreemde stad betrouwbare mensen vandaan voor al die dingen?

De man van het foldertje staat rustig te wachten. Hij ziet er vriendelijk genoeg uit. Heel anders dan die figuur met het telefoonverhaal.
‘Waar in de buurt waren jullie al bezig?’ vraagt meneer Doorzon.
‘Oh, allerlei adressen,’ zegt de man. ‘We doen er veel tegelijk, zo kunnen we het goedkoop houden.’
‘Ik zal erover denken,’ zegt meneer Doorzon met een blik op het foldertje.
‘We beginnen overmorgen op dit stuk,’ zegt de man. ‘Als u het morgen laat weten kunt u nog meedoen.’

Later die middag: ding-dong. Het is de bewoner van het huis schuin tegenover. Een actieve jonge vader, meneer Doorzon ziet hem ieder weekeind met gereedschap bezig of op een ladder staan. Niet een man die twijfelt over wat hij met zijn eigen dak moet, denkt meneer Doorzon.
‘Ik wou je even waarschuwen,’ zegt de Klusvader. ‘Die lui die voor de daken langskwamen, dat zijn bekende oplichters.’
‘Goed om te weten,’ zegt meneer Doorzon. ‘Wat fijn dat je langskomt.’
‘Geen probleem,’ zegt de Klusvader. 'Je zit niet in de buurtWhatsapp-groep, vandaar.’

Tjonge, denkt meneer Doorzon later. Een buurtWhatsapp-groep. Hij vraagt zich af of dat hem een gerust gevoel geeft of juist niet.
Hij wilde nog vragen: weet jij iemand anders voor die dakgoten? Maar het antwoord kan hij raden. Waarschijnlijk krijgt hij die ladder ook wel mee. Of hij zichzelf klaar vindt om daarop te gaan staan, dat is een beslissing waar hij nog even over moet nadenken.


Knal

Als meneer Doorzon op een van de laatste dagen van het jaar op zijn fiets door de stad rijdt, hoort hij ineens een oorverdovende knal achter...