vrijdag 5 oktober 2018

Mot

Meneer Doorzon voert strijd. Een bittere strijd waarin geen gevangenen worden gemaakt. Het strijdtoneel is de boom in hun voortuin.

Het is een fraaie kastanje met een bladerkroon die verkoeling geeft op hete dagen. Vaak zitten er mezen in, soms boomkruipers of vinken, een Vlaamse gaai of een specht. Laatst toen hij wakker lag hoorde meneer Doorzon het klagende geluid van een bosuil. De boom heeft meneer Doorzon en Eend flink op kosten gejaagd toen zijn wortels het riool vonden, maar toch is hij hun dierbaar.

Wat helaas ook in de boom zit is de mot. De rupsjes van de mot vreten de bladeren aan tot ze dor en bruin zijn. Soms valt het mee, maar andere jaren lijkt het begin augustus al herfst. De komst van nieuw blad in het voorjaar leidt steevast tot gemengde gevoelens bij meneer Doorzon en Eend, en een zwerm enthousiaste motten rondom de boom. Eend staat af en toe de mezen aan te moedigen, maar zelfs die kunnen er niet tegenop eten.

‘Je kunt er niets aan doen,’ zegt een man verderop in de straat. Zijn zoon is hovenier en die heeft hem dat verteld. ‘Het blad snel opruimen, dat is het wel zo’n beetje.’
De Vader van de Hovenier heeft ook een kastanje in zijn voortuin die net zo bruin kleurt, maar het kan hem niet zoveel schelen. ‘Ik ben kleurenblind,’ grijnst hij.

Meneer Doorzon is niet kleurenblind en het kan hem wel schelen. Vooral nu Eend en hij de laatste tijd steeds vaker het geluid van gezaag horen.
‘Dat was de boom op de hoek,’ zegt Eend dan treurig. ‘Die stond daar al toen wij nog niet geboren waren, en dan is hij binnen een paar uur opeens weg.’
Dat is het vooral, denkt meneer Doorzon. Dat gevoel. Dat die kastanjeboom er nog steeds staat als wij er niet meer zijn. Als er tenminste niet een gek met een zaag langs komt.

Dus heeft hij de mot de oorlog verklaard. Hij heeft een speciale Feromonenval gekocht. Dat blijkt een plastic bak te zijn waar zeepsop in moet, met een propje erboven dat naar hitsige vrouwtjesmotten schijnt te ruiken.
‘Er zitten er al twaalf in,’ kan hij melden als de speciale Feromonenval een kwartiertje hangt.
‘Goed zo, jongen,’ zegt Eend.

Af en toe storten de motten zich zo massaal op de vermeende vrouwtjes dat meneer Doorzon het zeepsop dagelijks moet vervangen. Zelfs de Vader van de Hovenier volgt de ontwikkelingen met belangstelling, hoewel hij niet tot aankoop van een speciale Feromonenval voor zijn eigen kastanje is te verleiden.

Toch ziet de boom er in augustus alweer herfstig uit.
‘Ik denk dat ik wat te laat ben begonnen,’ zegt meneer Doorzon tegen Eend. ‘Ze zeggen op internet dat je de eerste generatie al in april moet afvangen.’
Het jaar erop hangt hij zijn speciale Feromonenval eerder op. Het is prettig om in ieder geval iets te doen.

Maar na regelmatige observatie blijkt dat zijn boom ook dit jaar niet groener blijft dan die van de Vader van de Hovenier. Kan het zijn dat hij met zijn speciale Feromonenval de motten juist hun kant op lokt?
Misschien moet hij het volgend jaar anders aanpakken.

‘Ik denk dat ik een soort boomknuffelaar wordt,’ zegt hij.
‘Nou, ga jij onze boom dan nog maar een knuffel geven,’ zegt Eend.
En meneer Doorzon gaat weer naar de voortuin, waar bruine bladeren op de grond liggen en een zwarte brij van verdronken motten in de speciale Feromonenval ronddrijft.
Hij mag dan een boomknuffelaar zijn, in deze strijd worden geen gevangenen gemaakt.

Knal

Als meneer Doorzon op een van de laatste dagen van het jaar op zijn fiets door de stad rijdt, hoort hij ineens een oorverdovende knal achter...