Wat fijn, denkt meneer Doorzon.
Hij zit in de tuin van het nieuwe huis. Het is meer een betegelde binnenplaats, tussen twee schuttingen en de klimop van de buurvrouw. Maar zo’n buitenruimte waar je zo in kunt stappen maakt hem blij. Weg uit het bovenhuis in de grote stad. Nooit meer met een volle kop koffie wankelend langs een trappetje naar een balkon waar je alleen op muren uitkijkt.
Hij zit in de tuin van het nieuwe huis. Het is meer een betegelde binnenplaats, tussen twee schuttingen en de klimop van de buurvrouw. Maar zo’n buitenruimte waar je zo in kunt stappen maakt hem blij. Weg uit het bovenhuis in de grote stad. Nooit meer met een volle kop koffie wankelend langs een trappetje naar een balkon waar je alleen op muren uitkijkt.
Hij kijkt om zich heen. Eend, zijn vrouw, zit naast hem te
lezen. Meneer Doorzon kijkt hoe ze de pagina’s omslaat met haar slanke vingers.
Hij vindt haar vingers mooi. Hij vindt alles aan Eend mooi. Behalve misschien
haar voeten, maar dat komt niet door de voeten van Eend, maar omdat meneer
Doorzon niet zo van voeten in het algemeen houdt.
In een boom in de tuin van de buren zingt een merel.
Vlinders vliegen bij de klimop rond. Heerlijk.
Een vinnig gezoem doet hem opschrikken. Een wesp zoemt rond
zijn hoofd. Voor hij het weet staat hij naast zijn stoel.
‘Wat ben je aan het dansen,’ zegt
Eend.
‘Een wesp,’ zegt meneer
Doorzon. Er zit een hikje in zijn stem.
‘Gewoon niet te veel op reageren,’
zegt Eend.
‘Dat zeggen ze altijd,’ zegt
meneer Doorzon boos. ‘Je ziet toch hoe dat beest precies op mij afkomt. Ik ruik
toch niet naar limonade? Ik heb alleen deodorant op.’
Eend leest rustig door.
‘Ze zoeken je op. Ze gaan altijd precies
daar zitten waar je per ongeluk je arm op ze legt.’
Eend slaat nog een bladzijde om.
‘Wespen zijn … boosaardig,’ zegt
meneer Doorzon. Vroeger zou hij het woord evil
gebruikt hebben, maar vlotte Engelse uitdrukkingen vindt hij ergens niet meer
zo bij zichzelf passen.
Hij loopt naar binnen. ‘Waar heeft
die vliegenmepper zich verstopt?’
‘In de meterkast,’ roept Eend.
In de meterkast, je houdt het niet
voor mogelijk. Met de vliegenmepper in de hand houdt meneer Doorzon de wacht
bij het tafeltje. De wesp zoemt rond, landt op de halflege koffiebeker van
meneer Doorzon. Meneer Doorzon heft de vliegenmepper en de wesp begint weer rond
te cirkelen.
‘Verdorie,’ zegt meneer Doorzon.
Hij wacht tot de wesp weer boven
het tafeltje vliegt.
PATS. Mis. PATS.
Eend weet nog net
de koffiebeker vast te grijpen.
De wesp ligt ineengedoken op de
tegels. Meneer Doorzon deelt nog een paar klappen uit. Dan tilt hij het karkas
met de vliegenmepper op en loopt naar de afvalemmer in de keuken. Hij neuriet
zacht, de treurmars van Chopin.
‘Zo,’ zegt Eend als hij weer zit.
‘Heb je je wraak gehad?’
‘Gerechtigheid,’ zegt meneer
Doorzon.
Eend grinnikt. Ze weet wel beter.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten