vrijdag 12 januari 2018

Kerst

‘Ik ga de kerstboom aftuigen,’ zegt Eend.

Zo zeg je dat inderdaad, denkt meneer Doorzon. Maar toch klinkt het vreemd, de kerstboom aftuigen. Hij ziet Eend al bezig met een eind hout, of met haar blote vuisten, terwijl de naalden in het rond vliegen. Eend is niet zo snel boos te krijgen, maar als die kerstboom echt te ver is gegaan kan hij maar beter oppassen.

Eend hoort zijn gegrinnik en geeft hem een por. ‘Woordgoochelaar!’
Terwijl ze zich op de slingers en de kerstballen stort zoekt meneer Doorzon in het schuurtje naar een stuk touw om de boom naar het ophaalpunt te slepen.

Sinds ze hier wonen koopt hij elk jaar een kerstboom. Ook weer zoiets. Kerst was jarenlang een tijd om te mijden, om je aan de drukte en de kerstdeuntjes te ergeren, en om met leedvermaak te kijken naar gezellige stellen die op straat ruzieden over de inkopen.
De winkeldrukte vindt hij nog steeds niks, maar de sfeer die Eend met kaarsen en Engelse carols in huis brengt bevalt hem nu uitstekend. Soms draait hij zelfs de muziek weer die zijn vader vroeger met kerst opzette.

Het is een feest over onschuld, over nieuw leven. Die naïeve aandacht voor het goede, een tijdlang vond hij het een belediging van zijn intelligentie, gespitst als die was op het kwaad in de wereld. Nu lijkt die naïviteit hem vooral een schaars goed om zuinig op te zijn.

Als hij met het touw binnenkomt is Eend bijna klaar. Ze kijkt naar de naalden op de grond. ‘Ik ben niet al te subtiel geweest,’ zegt ze.

De boom is duidelijk aan zijn eind. Iemand zei ooit: waarom wil je met kerst zo’n stervend stuk hout in huis?
Waarom niet, denkt meneer Doorzon.
Toegegeven, de eerste dagen dat zijn zorgvuldig uitgekozen boom in huis stond voelde iedere uitgevallen naald als een persoonlijke belediging. Nu kan hij de imperfectie beter waarderen. Alleen iets wat niet leeft gaat nooit dood.

Met de boom achter zijn fiets gebonden rijdt hij naar het ophaalpunt. Heel voorzichtig, anders stuitert het gevaarte alle kanten uit. Hij incasseert de 50 cent retour en geeft die aan het jongetje dat de boom voor hem op een stapel gooit.

‘Ik zag je rijden,’ zegt Eend later. ‘Met je rode muts op en die boom achter je aan. Je zag er grappig uit.’

Grappig, denkt meneer Doorzon. Dat is best goed. En een beetje naïef en onschuldig, hopelijk.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Knal

Als meneer Doorzon op een van de laatste dagen van het jaar op zijn fiets door de stad rijdt, hoort hij ineens een oorverdovende knal achter...