‘Ik ga de kerstboom aftuigen,’ zegt Eend.
Zo zeg je dat inderdaad, denkt meneer Doorzon. Maar toch
klinkt het vreemd, de kerstboom aftuigen. Hij ziet Eend al bezig met een eind
hout, of met haar blote vuisten, terwijl de naalden in het rond vliegen. Eend
is niet zo snel boos te krijgen, maar als die kerstboom echt te ver is gegaan
kan hij maar beter oppassen.
Eend hoort zijn gegrinnik en geeft hem een por.
‘Woordgoochelaar!’
Terwijl ze zich op de slingers en de kerstballen stort zoekt
meneer Doorzon in het schuurtje naar een stuk touw om de boom naar het
ophaalpunt te slepen.
Sinds ze hier wonen koopt hij elk jaar een kerstboom. Ook weer
zoiets. Kerst was jarenlang een tijd om te mijden, om je aan de drukte en de
kerstdeuntjes te ergeren, en om met leedvermaak te kijken naar gezellige
stellen die op straat ruzieden over de inkopen.
De winkeldrukte vindt hij nog steeds niks, maar de sfeer die
Eend met kaarsen en Engelse carols in
huis brengt bevalt hem nu uitstekend. Soms draait hij zelfs de muziek weer die
zijn vader vroeger met kerst opzette.
Het is een feest over onschuld, over nieuw leven. Die naïeve
aandacht voor het goede, een tijdlang vond hij het een belediging van zijn
intelligentie, gespitst als die was op het kwaad in de wereld. Nu lijkt die
naïviteit hem vooral een schaars goed om zuinig op te zijn.
Als hij met het touw binnenkomt is Eend bijna klaar. Ze
kijkt naar de naalden op de grond. ‘Ik ben niet al te subtiel geweest,’ zegt
ze.
De boom is duidelijk aan zijn eind. Iemand zei ooit: waarom
wil je met kerst zo’n stervend stuk hout in huis?
Waarom niet, denkt meneer Doorzon.
Toegegeven, de eerste dagen dat zijn zorgvuldig uitgekozen boom
in huis stond voelde iedere uitgevallen naald als een persoonlijke belediging. Nu
kan hij de imperfectie beter waarderen. Alleen iets wat niet leeft gaat nooit
dood.
Met de boom achter zijn fiets gebonden rijdt hij naar het
ophaalpunt. Heel voorzichtig, anders stuitert het gevaarte alle kanten uit. Hij
incasseert de 50 cent retour en geeft die aan het jongetje dat de boom voor hem
op een stapel gooit.
‘Ik zag je rijden,’ zegt Eend later. ‘Met je rode muts op en
die boom achter je aan. Je zag er grappig uit.’
Grappig, denkt meneer Doorzon. Dat is best goed. En een
beetje naïef en onschuldig, hopelijk.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten