Een van de momenten waarop meneer Doorzon gelukkig is, is
wanneer hij ‘s avonds met Eend op de bank zit. Eend schilt appels en schuift
hem partjes toe. Ze lezen een boek of luisteren naar muziek.
Soms staat de tv aan. Laatst hoorden ze daar de minister-president
zijn plannen uitleggen. ‘De gewone, normale Nederlander gaat erop vooruit,’ zei
de minister-president.
Eend gniffelde en stootte hem aan. ‘Ja jongen, dat wordt
inleveren,’ zei ze.
Meneer Doorzon lachte erom, maar sindsdien vraagt hij zich
wel eens af: ben ik dan zo ongewoon? Hij heeft juist het gevoel dat hij de
laatste jaren steeds gewoner is geworden.
Niet dat hij dat erg vindt, maar toch.
Ik heb een doorzonwoning, denkt hij. Zo’n rood bakstenen huis,
met zo’n puntdak dat ieder kind op een huis tekent.
Ik ben niet rijk, niet arm.
Ik heb op mijn vijftigste geen stralende carrière gemaakt maar ook niet echt de
boot gemist. Ik heb een burn-out gehad, wat tegenwoordig ook vrij normaal
schijnt te zijn. Ik fiets om in conditie te blijven en ik zit op de bank naast
mijn vrouw appels te eten.
En ik ben net als heel Nederland in december op het
jaar aan het terugkijken.
Ik ben een Burgerman Tegen Wil en Dank. Hoe gewoon wil je
het hebben?
De minister-president mag zijn beurs vast gaan trekken.
De minister-president mag zijn beurs vast gaan trekken.
Maar aan de andere kant. Ik heb geen kinderen, en dat in een
buurt waar iedere nieuwe bewoner een kinderschaar meebrengt.
Ik heb een vrouw
die ik Eend noem terwijl ze niet zo heet.
Als ik fiets doe ik dat nooit met de
blik op oneindig, zoals die fanatieke, gehelmde mannen die ik onderweg
tegenkom dat wel doen. En als ik weer thuis ben sta ik trappelend van enthousiasme te
vertellen dat ik een ree of een ijsvogel heb gezien.
Ben ik nu een gewone, normale Nederlander?
Hij vraagt het aan Eend. Die begint te lachen en geeft hem
een zoen.
‘Jij bent gewoon jij. Dat is bijzonder.’
Ook daar kan meneer Doorzon niet gelijk iets mee. Je bent
bijzonder als je jezelf bent. Dat is een vrij gewone gedachte.
Maar ook wel weer bijzonder.
Pff! Zou de minister-president ooit hebben nagedacht wat zo’n
uitspraak allemaal losmaakt?
Eend aait hem over zijn hoofd. ‘Bolletje vol?’ zegt
ze. Dat zegt ze altijd als hij erg aan het denken is.
Meneer Doorzon zucht.
‘Wil je een appel?’ vraagt Eend.
En meneer Doorzon vlijt zich weer naast haar op de bank. Hij
eet de stukjes appel die hij toegeschoven krijgt en hij is gelukkig.
Over sommige dingen moet je gewoon niet te veel nadenken.
Meneer Doorzon en Eend wensen alle lezers fijne Kerstdagen en alle goeds voor 2018!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten