Het schuurtje zal wel weer onderlopen.
Waar het aan ligt weet hij niet. Eerst leek het dat het
water vanuit de tuin over de drempel liep. Maar een zandzak had als enige effect
dat de onderkant van de deur begon te rotten.
Toen vermoedde hij dat het door de muur sijpelde, wat beter wordt
als ze straks de bestrating uit de tuin weghalen. Maar misschien komt het uit
de grond. Dan moet de vloer worden opgehoogd. Of van het achterpad dat bij dit
weer in een beek verandert. Dan doe je er niet veel tegen.
Voor het eerst huiseigenaar zijn, het geeft meneer Doorzon
een gevoel van geworteld zijn dat hij nooit eerder heeft gekend. Maar af en toe
staan zijn wortels wel wat diep in het water.
Nu met de storm kijkt hij ook ieder uur even in de kelder. Waar
hij al veel tijd heeft doorgebracht.
Hij weet het nog goed, ze hadden de sleutels net. Hij deed
de kelderdeur open en zag een vijver. Daar helpt een bouwkundige keuring dus
niet tegen, dacht hij grimmig.
Tussen het schilderwerk door hoosde hij de kelder leeg.
Toen hij na de volgende stortbui in de kelder kwam stond die
weer onder water.
Hij hoosde en keek om zich heen waar het water vandaan kwam.
De vraag waar water in je kelder vandaan komt krijgt een extra dimensie als je
er met een dweil in rondkruipt, ontdekte hij.
Na de volgende bui durfde hij een tijdlang niet te kijken.
Uiteindelijk vond een professionele rioolman de verstopping.
Het waren wortels. Die van de kastanjeboom om precies te zijn.
‘Water en voer, die boom weet wel waar-ie het moet halen,’
zei de Rioolman. Het was een blozende man met een boers accent, en meneer
Doorzon moest twee keer vragen wat hij nou zei. Ondertussen werd het gat in de
voortuin weer dichtgegooid door een manneke met klompen, pet en blauwe overall.
Het zoontje van de Rioolman.
Kameleon Ahoy, dacht meneer Doorzon, vertederd ondanks alles.
Kameleon Ahoy, dacht meneer Doorzon, vertederd ondanks alles.
Sindsdien heeft de kelder niet meer onder gestaan, maar
meneer Doorzon vindt nog regelmatig kleine plassen waarvan ook de Rioolman de
oorsprong niet met zekerheid kan achterhalen.
Met elke nieuwe windvlaag slaat de regen tegen het raam. ‘Hoezo
geen klimaatverandering,’ bromt meneer Doorzon. Zijn laatste inspectie heeft een
kleine vochtplek op de keldervloer onthuld.
Eend zegt niks maar kruipt bij een donderslag wat dichter
tegen hem aan.
‘Toch is het een fijn huis,’ zegt meneer Doorzon.
‘Hoezo toch?’ zegt
Eend. ‘Het is een heerlijk huis. Heb je spijt?’
Meneer Doorzon kijkt om zich heen. De huiskamer is warm en
gezellig. Ze hebben meer ruimte dan ze ooit hadden kunnen dromen. En in het
voorjaar gaan ze een echte tuin aanleggen. Nee, spijt heeft hij nooit gehad,
hoewel hij daar toch een goed ontwikkeld talent voor heeft.
‘Je hebt gelijk,’ zegt hij. ‘Het
is een heerlijk huis.’
Geen opmerkingen:
Een reactie posten