In de voortuin van hun huis staat een grote kastanjeboom. In
de vroege herfst is meneer Doorzon voortdurend bezig de bladeren op te vegen. De
groencontainer puilt ervan uit.
Het is warm voor de tijd van het jaar, en gelukkig bijna
windstil. Hij laat de bezem over de tegels gaan. Best een rustgevende
bezigheid.
Zoals wel vaker staat ineens het Buurmeisje naast hem. Ze
kijkt hem met haar grote blauwe ogen aan. ‘Wat doe jij?’
Het Buurmeisje vraagt altijd wat meneer Doorzon aan het doen
is. Iemand die blijkbaar meer van kinderen afwist dan meneer Doorzon vertelde hem
ooit dat dat nu eenmaal zo gaat: kinderen die eerst een tijd vragen wat alles
is, en daarna wat jij allemaal aan het doen bent.
Wat ben ik eigenlijk aan het doen? denkt meneer Doorzon. Het
is een heel goede vraag. Vooral als je vijftig bent en bladeren opveegt, en nog
wel naar iets kunt uitkijken maar niet meer naar alles.
Ik ben in ieder geval niet de wereld aan het veranderen. Zoals
haar ouders doen wanneer ze dag in dag uit bezig zijn om haar goed en warm en
veilig te laten opgroeien. Maar leg dat zo’n kind maar eens uit.
Met een blik en veger hevelt hij de bladeren naar de groencontainer
over.
‘Ik ben een olifant aan het zoeken,’ zegt hij.
Het Buurmeisje kijkt naar de stapel bladeren, naar de container
en naar meneer Doorzon. ‘Neeee,’ zegt ze.
‘Kijk maar,’ zegt meneer Doorzon. Hij houdt de container
schuin. ‘Zie je hem niet zitten?’
Het Buurmeisje schudt heftig met haar hoofd.
‘Ik ben naar de
dierentuin geweest!’ schettert ze. En dat ze echte olifanten heeft gezien. En apen. Ze hipt op
en neer en wappert met haar onderarmen, als een gekortwiekt maar verder erg
blij vogeltje. En dat haar broertje bang was voor de apen. En dat haar moeder
mee was en haar vader niet want die moest naar zijn werk. En wat haar vader en
moeder allemaal hebben gezegd. En wat ze vanochtend precies hebben gedaan.
‘En welk dier vond je het leukst?’ vraagt meneer Doorzon
snel. Van je buren weet je soms dingen die je van je beste vrienden nog niet
weet. En als de buren kleine kinderen hebben weet je voor je het in de gaten
hebt nog veel meer van ze.
Later zit hij met Eend op de bank. Buiten rijdt het
Buurmeisje op haar roze fietsje over de tegels rond. Ze kijkt op en wappert enthousiast. Meneer Doorzon zwaait terug en pakt dan even de hand van Eend vast. Samen kijken ze naar de opgeruimde voortuin en naar het
spelende Buurmeisje. De kale takken van de kastanjeboom steken als gehavende
maar sterke armen omhoog.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten