Het is een fraaie kastanje met een bladerkroon die verkoeling
geeft op hete dagen. Vaak zitten er mezen in, soms boomkruipers of vinken, een
Vlaamse gaai of een specht. Laatst toen hij wakker lag hoorde meneer Doorzon
het klagende geluid van een bosuil. De boom heeft meneer Doorzon en Eend flink
op kosten gejaagd toen zijn wortels het riool vonden, maar toch is hij hun
dierbaar.
Wat helaas ook in de boom zit is de mot. De rupsjes van de
mot vreten de bladeren aan tot ze dor en bruin zijn. Soms valt het mee, maar andere
jaren lijkt het begin augustus al herfst. De komst van nieuw blad in het
voorjaar leidt steevast tot gemengde gevoelens bij meneer Doorzon en Eend, en een
zwerm enthousiaste motten rondom de boom. Eend staat af en toe de mezen aan te
moedigen, maar zelfs die kunnen er niet tegenop eten.
‘Je kunt er niets aan doen,’ zegt een man verderop in de
straat. Zijn zoon is hovenier en die heeft hem dat verteld. ‘Het blad snel
opruimen, dat is het wel zo’n beetje.’
De Vader van de Hovenier heeft ook een kastanje in zijn
voortuin die net zo bruin kleurt, maar het kan hem niet zoveel schelen. ‘Ik ben
kleurenblind,’ grijnst hij.
Meneer Doorzon is niet kleurenblind en het kan hem wel
schelen. Vooral nu Eend en hij de laatste tijd steeds vaker het geluid van
gezaag horen.
‘Dat was de boom op de hoek,’ zegt Eend dan treurig. ‘Die stond
daar al toen wij nog niet geboren waren, en dan is hij binnen een paar uur
opeens weg.’
Dat is het vooral, denkt meneer Doorzon. Dat gevoel. Dat die kastanjeboom er nog steeds staat als wij er
niet meer zijn. Als er tenminste niet een gek met een zaag langs komt.
Dus heeft hij de mot de oorlog verklaard. Hij heeft een
speciale Feromonenval gekocht. Dat blijkt een plastic bak te zijn waar zeepsop
in moet, met een propje erboven dat naar hitsige vrouwtjesmotten schijnt te
ruiken.
‘Er zitten er al twaalf in,’ kan hij melden als de speciale Feromonenval
een kwartiertje hangt.
‘Goed zo, jongen,’ zegt Eend.
Af en toe storten de motten zich zo massaal op de vermeende
vrouwtjes dat meneer Doorzon het zeepsop dagelijks moet vervangen. Zelfs de
Vader van de Hovenier volgt de ontwikkelingen met belangstelling, hoewel hij
niet tot aankoop van een speciale Feromonenval voor zijn eigen kastanje is te
verleiden.
Toch ziet de boom er in augustus alweer herfstig uit.
‘Ik denk dat ik wat te laat ben begonnen,’ zegt meneer
Doorzon tegen Eend. ‘Ze zeggen op internet dat je de eerste generatie al in
april moet afvangen.’
Het jaar erop hangt hij zijn speciale Feromonenval eerder op. Het is prettig om in ieder geval iets te doen.
Het jaar erop hangt hij zijn speciale Feromonenval eerder op. Het is prettig om in ieder geval iets te doen.
Maar na regelmatige observatie blijkt dat zijn boom ook dit
jaar niet groener blijft dan die van de Vader van de Hovenier. Kan het zijn dat
hij met zijn speciale Feromonenval de motten juist hun kant op lokt?
Misschien moet hij het volgend jaar anders aanpakken.
Misschien moet hij het volgend jaar anders aanpakken.
‘Ik denk dat ik een soort boomknuffelaar wordt,’ zegt hij.
‘Nou, ga jij onze boom dan nog maar een knuffel geven,’
zegt Eend.
En meneer Doorzon gaat weer naar de voortuin, waar bruine
bladeren op de grond liggen en een zwarte brij van verdronken motten in de
speciale Feromonenval ronddrijft.
Hij mag dan een boomknuffelaar zijn, in deze strijd worden geen gevangenen gemaakt.
Hij mag dan een boomknuffelaar zijn, in deze strijd worden geen gevangenen gemaakt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten