vrijdag 13 oktober 2017

Gans

Op zijn dagelijkse wandelingen betrapt meneer Doorzon zich er wel eens op dat hij meer in gedachten verzonken is dan dat hij om zich heen kijkt. Er gaan nogal wat wereldproblemen, onbevredigend verlopen gesprekken, praktische kwesties en existentiële vragen door zijn hoofd voor hij zich realiseert dat er naast de vijver bij de kerk best mooie rozenstruiken staan. En zeg nou zelf, wat kun je bij thuiskomst aan je vrouw vertellen over rozenstruiken? Ze staan er nog. Zijn ze gegroeid? Ik zou het niet weten.

In die vijver is hem een koppeltje witte ganzen opgevallen. Soms blijft hij staan kijken terwijl de twee rondscharrelen, met hun snavels plukken gras afscheuren en ondertussen met hun merkwaardig lichtblauwe ogen meneer Doorzon in de gaten houden.

Voordat meneer Doorzon het weet heeft hij ze een naam gegeven. De kleinste, die kuis afstand houdt en ondanks haar grote flapvoeten en de aangeboren bootvorm van haar lijf een zekere sierlijkheid over zich heeft, noemt hij Gonnie. De grotere, die een fikse doorzakbuik heeft en met de onhandige galantheid van een oude man om zijn eega heen drentelt, wordt Gijsbert.

‘Het is maar goed dat het ganzen zijn,’ zegt Eend als hij haar de foto’s laat zien. ‘Als je zo in de ban van vreemde eendjes was geraakt was ik toch wat jaloers geworden.’

Op een dag ziet meneer Doorzon Gijsbert alleen in de vijver zwemmen. Hij blijft staan, komt na zijn rondje nog eens terug.
‘Ik zie haar nergens,’ zegt hij tegen Eend. ‘En Gijs leek onrustig.’
‘Ze duikt vast wel weer ergens op,’ zegt Eend.

Pas drie dagen later zien ze in het dichtbegroeide talud ineens het kopje van Gonnie omhoog steken.
‘Ach gut,’ zegt Eend. ‘Ze is aan het nestelen.’

Elke dag haast meneer Doorzon zich nu naar de vijver waar Gijsbert waakzaam rond zwemt. Nu hij weet waar hij moet kijken ziet hij ook het nest. Af en toe herschikt Gonnie wat takken waarna ze weer onverstoorbaar voor zich uit kijkt.
‘Hoe lang is het nu al?’ vraagt meneer Doorzon aan Eend.
‘Misschien hebben ze de eieren wel geschud,’ zegt Eend met een treurige blik.
‘Soms hongeren ze zichzelf gewoon uit, las ik,’ zegt meneer Doorzon. ‘Dan moet er iemand ingrijpen.’
Gaat lekker, denkt hij. Ik voel me verantwoordelijk voor een gans die het vertikt om van haar nest af te komen.

Een aantal dagen later is het nest verlaten. Er zijn nergens kuikens te bekennen, maar Gonnie staat rustig op het grasveld te grazen. Ze gakt naar Gijsbert die komt aanzwemmen en haastig zijn dikke lijf de kant op werkt om zich bij haar te voegen, terwijl meneer Doorzon worstelt met het onbestemde geluksgevoel dat hem ineens overvalt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Knal

Als meneer Doorzon op een van de laatste dagen van het jaar op zijn fiets door de stad rijdt, hoort hij ineens een oorverdovende knal achter...