vrijdag 1 september 2017

Caravans

Aan de caravans moet meneer Doorzon nog wennen.

In juni verschijnen ze overal op straat. Het is nog maar kort geleden dat hij uit de grote stad naar deze wijk verhuisde, en de aanblik van al die witte woondozen is nieuw voor hem.

Hij kijkt door het raam van zijn nieuwe doorzonwoning naar buiten. Aan de overkant hebben de overburen een caravan neergezet die zo klein is dat meneer Doorzon zich nauwelijks kan voorstellen dat er twee mensen in passen. Een paar huizen verder ontdoet een bejaarde buur op een laddertje een wat minder wit exemplaar met een borstel en tuinslang van vuil.


Juni, denkt meneer Doorzon. Wie heeft er nou zomervakantie in juni? Mensen met vrije beroepen. Gepensioneerden. Wonen we in een wijk met ouden van dagen of met zelfstandigen?

Hij voelt een tikje tegen zijn arm. Eend, zijn vrouw is naast hem komen staan. ‘Ben je naar je voorland aan het kijken?’ lacht ze.
Meneer Doorzon knikt, meer om een reactie te geven dan dat hij echt de mogelijkheid overweegt dat hij naar zijn voorland staat te kijken.

Toen meneer Doorzon nog een jonge student was - hij heeft soms het gevoel dat het een eeuw geleden is - waren caravans het sufste dat je je kon voorstellen. Gelachen dat ze hebben om mensen die zo'n sleurhut volpakten met Nederlandse aardappels, Nederlandse sinaasappelsap, Nederlands bier en Nederlands wasmiddel. Die over de Autobahn naar het Sauerland tuften, daar drie weken op een camping met zwembad neerzegen om vervolgens met een lege caravan en een kater (en voetschimmel van het zwembad) weer terug te tuffen. Terwijl de student die meneer Doorzon was een rugzak op zijn schouders hees en met vrienden per trein naar de bergen afreisde. 

‘Ik heb net de overburen gesproken,’ zegt Eend. ‘Ze zijn ontzettend aardig.’
Meneer Doorzon knikt, nu wat overtuigder. Dat de overburen ontzettend aardig zijn heeft hij ook al kunnen vaststellen. Het lijken hem mensen waar je een goed glas mee kunt drinken. Met gespreksstof, een interessante kijk op de wereld. En een caravan.

Misschien is een caravan inderdaad ons voorland, denkt meneer Doorzon. Alleen weten we het nog niet als we jong zijn.

De overbuurman komt naar buiten en steekt een hand op.
‘Laten we ze binnenkort eens uitnodigen,’ zegt meneer Doorzon tegen Eend. Ze zwaaien terug.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Knal

Als meneer Doorzon op een van de laatste dagen van het jaar op zijn fiets door de stad rijdt, hoort hij ineens een oorverdovende knal achter...