Aan de caravans moet meneer Doorzon nog wennen.
In juni verschijnen ze overal op straat. Het is nog maar
kort geleden dat hij uit de grote stad naar deze wijk verhuisde, en de aanblik
van al die witte woondozen is nieuw voor hem.
Hij kijkt door het raam van zijn nieuwe doorzonwoning naar buiten. Aan de overkant hebben de overburen een caravan neergezet die zo klein is dat meneer Doorzon zich nauwelijks kan voorstellen dat er twee mensen in passen. Een paar huizen verder ontdoet een bejaarde buur op een laddertje een wat minder wit exemplaar met een borstel en tuinslang van vuil.
Juni, denkt meneer Doorzon. Wie heeft er nou zomervakantie in
juni? Mensen met vrije beroepen. Gepensioneerden. Wonen we in een wijk met ouden
van dagen of met zelfstandigen?
Hij voelt een tikje tegen zijn arm. Eend, zijn vrouw is naast hem komen staan. ‘Ben je naar je voorland aan het kijken?’ lacht ze.
Meneer Doorzon knikt, meer om een reactie te geven dan dat
hij echt de mogelijkheid overweegt dat hij naar zijn voorland staat te kijken.
Toen meneer Doorzon nog een jonge student was - hij heeft
soms het gevoel dat het een eeuw geleden is - waren caravans het sufste dat je je kon voorstellen. Gelachen dat ze hebben om mensen die zo'n sleurhut volpakten met Nederlandse aardappels,
Nederlandse sinaasappelsap, Nederlands bier en Nederlands wasmiddel. Die over
de Autobahn naar het Sauerland tuften, daar drie weken op een camping met
zwembad neerzegen om vervolgens met een lege caravan en een kater (en voetschimmel
van het zwembad) weer terug te tuffen. Terwijl de student die meneer Doorzon was
een rugzak op zijn schouders hees en met vrienden per trein naar de bergen
afreisde.
‘Ik heb net de overburen gesproken,’ zegt Eend. ‘Ze zijn ontzettend aardig.’
‘Ik heb net de overburen gesproken,’ zegt Eend. ‘Ze zijn ontzettend aardig.’
Meneer Doorzon knikt, nu wat overtuigder. Dat de overburen
ontzettend aardig zijn heeft hij ook al kunnen vaststellen. Het lijken hem mensen
waar je een goed glas mee kunt drinken. Met gespreksstof, een interessante kijk
op de wereld. En een caravan.
Misschien is een caravan inderdaad ons voorland, denkt
meneer Doorzon. Alleen weten we het nog niet als we jong zijn.
De overbuurman komt naar buiten en steekt een hand op.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten